Interview met Carolijn Visser over haar nieuwe boek Broers, een meeslepende familiegeschiedenis
Je reisde voor je boeken de hele wereld over. Broers is het verhaal van jouw eigen familie. Hoe kwam je op het idee om hierover te schrijven?
Ik was nooit van plan om over mijn eigen familie te schrijven, maar er gebeurde een paar jaar geleden iets bijzonders. Er werd een brief gevonden uit januari 1945, waarin mijn oom Martin zijn dank overbrengt voor de opvang in de hongerwinter. Mijn broer en ik wisten direct waar dit mee te maken moest hebben: een gebeurtenis in de oorlog waar mijn vader het met ons weleens over had. Er ontstonden gesprekken met mijn familie hierover. De vondst van deze brief bracht een stroom van herinneringen op gang en daarmee ben ik aan de slag gegaan. Ik ging onderzoek doen, juist ook over de periode na de oorlog en hoe ze hun leven na dat hachelijke avontuur weer hadden opgebouwd, en dat leverde prachtige verhalen op. Het begon steeds meer te leven. Langzaam veranderde mijn vader en zijn twee broers voor mij in de jongens die ze toen waren.
Wat hoop je dat lezers eruit meenemen?
Hoe gesloten en conservatief Nederland was en vooral hoe dat na de oorlog is opengebroken door de generatie van mijn vader. Alles kwam in een stroomversnelling doordat mensen zoals hij en zijn broers de wereld gingen verkennen en nieuwe dingen gingen nastreven. Ze hadden belangstelling voor politiek en geschiedenis, zaten vol idealen en ontdekten de wereld van kunst en cultuur. Mijn vader Ar was een idealist en werd een bevlogen geschiedenisleraar. Martin Visser werd een bekende meubelontwerper en bracht samen met zijn vrouw Mia een uitgebreide kunstcollectie van naam samen. Carel Visser werd beeldhouwer van internationale faam. Door hun levens zie je hoe het naoorlogse Nederland vorm krijgt: autoriteit werd uitgedaagd en het was de tijd van progressieve bewegingen zoals Provo en het feminisme.
Hoe is het om over je eigen familie te schrijven?
Het is veel indringender, moet ik zeggen. Tijdens het schrijven ging ik ermee naar bed en stond ik er weer mee op! Het is natuurlijk een boek waarin ik zelf ook een rol heb, het gaat over mensen die ik van jongs af aan heb meegemaakt. Het mooiste vind ik de transformatie die de hoofdpersonen in mijn hoofd doormaakten: ik begon ze steeds beter te begrijpen. Veel lezers kennen mij van bijvoorbeeld Argentijnse avonden of Selma dat in het China van Mao speelt. Dit boek heb ik net zo aangepakt: ik verzamelde zoveel mogelijk materiaal zoals herinneringen en brieven. Maar nu rol ik in dit geval zelf ook het verhaal in, als de nieuwe generatie. Wat ik zelf nu doe als schrijver lijkt eigenlijk ook op hoe zij waren.